
Atamhatik
Het eerste tandje komt door, en dus komt de schaal met tarwekorrels op tafel. Het oudste feestje van Armenië, in een boekje om samen te vieren, aan te wijzen en mee te tellen.

Prentenboeken in het Nederlands en het Oost-Armeens, voor kinderen die hier opgroeien met een hart dat ook daar woont.
Tweetalige prentenboeken. Het doek gaat zo op.
Hatik is het Armeense woord voor korreltje, voor zaadje. Het zit verstopt in atamhatik, het feest van het allereerste tandje. Iets kleins komt door, en iedereen viert het.
Zo zijn ook deze boekjes bedoeld. Wie voorleest in twee talen, plant een zaadje. Niet met lesjes of rijtjes, maar op schoot, met een verhaal dat in het Nederlands en het Oost-Armeens precies hetzelfde ademt.
Elke bladzijde staat in beide talen, met een uitspraakhulp in Latijns schrift. Zo leest oma voor in het Armeens, papa in het Nederlands, en hoort het kind dat het één verhaal is.
Uit een klein zaadje groeit een taal. De boekjes van Hatik zijn geschreven voor gezinnen in de diaspora: kinderen die in Nederland opgroeien, en grootouders die hun eigen taal willen doorgeven zonder er een les van te maken.
Elk boekje is een kleine voorstelling: een personage, een patroon om mee te doen, en een slot dat een beeld is, geen les. Geschreven door Goar Agekian, in het Nederlands en het Oost-Armeens.

Het eerste tandje komt door, en dus komt de schaal met tarwekorrels op tafel. Het oudste feestje van Armenië, in een boekje om samen te vieren, aan te wijzen en mee te tellen.

Tsitsernak is de zwaluw. Elk voorjaar vliegt zij terug naar het nest waar ze begon, hoe ver ze ook is geweest. Een boekje over weggaan, terugkomen en thuis.

Ampik is een wolkje. Met vijf kleurgeesten uit de oude Armeense verhalen gaat hij op pad, en het kind telt mee: één, twee, drie, vier, vijf.
De boekjes zijn gemaakt met een montessori-hart. Niet als lesmateriaal vermomd als verhaal, maar als verhalen waar een kind iets in te doen heeft.
In elk boekje zit één handeling die het kind meedoet terwijl je voorleest: meetellen, aanwijzen, een geluid maken. Elke bladzijde een stapje verder.
Geen vogeltje maar een zwaluw, geen boom maar een abrikozenboom. Kinderen bouwen woordenschat met echte woorden, in twee talen tegelijk.
Nederlands en Oost-Armeens staan naast elkaar op dezelfde bladzijde, met een uitspraakhulp in Latijns schrift voor wie het Armeense alfabet niet leest.
Het slot van elk boekje is een beeld om over na te praten, geen preek. Achterin staan een woordenlijst en gespreksvragen die uitnodigen tot doen.
In veel gezinnen zitten twee talen aan tafel. De kinderen antwoorden in het Nederlands, de grootouders denken in het Armeens, en ergens onderweg raakt er iets kwijt.
Een prentenboek is de kortste weg terug. Tien minuten op schoot, één verhaal, twee talen. Het kind hoeft niets te presteren en de voorlezer hoeft niets uit te leggen. Het boekje doet het werk.
Taal gaat niet verloren in één generatie. Ze gaat verloren in de stiltes tussen twee generaties. Voorlezen vult die stiltes.
Goar schrijft de verhalen en waakt over elke Armeense zin, als moedertaalspreker. Zij groeide op met het poppentheater van Jerevan en neemt de kinderen van nu mee terug naar dat rode doek.
Patrick maakt van de boekjes en van deze pagina één geheel: het ontwerp, de uitgave en alles wat er verder bij komt kijken om een klein zaadje de wereld in te helpen.
Het theater op deze pagina is een buiging naar het poppentheater van Jerevan, waar generaties Armeense kinderen leerden dat er achter elk doek een wereld wacht.
De eerste boekjes zijn in de maak. Laat uw naam achter en u hoort het als eerste wanneer ze er zijn, met een plekje vooraan voor de eerste druk.
Reserveren is gratis en verplicht tot niets. Geen nieuwsbriefstortvloed: u krijgt bericht als er echt iets te vertellen valt.